vrijdag 9 december 2011

Ihamahu

Wij kennen een huis aan de Alphense straat ‘Valeriaan’ waar op de bovenverdieping een drieluik, c.q. verbleekte panoramafoto hangt van Ihamahu, gezien vanaf zee. Zoiets dus, maar dan uitgerekter en zonder die overdreven blauwe lucht. Ihamahu heeft natuurlijk veel meer te bieden dan wat palmbomen langs het water; loopt u even mee door het dorp? Als je het Shell Stratenboek openslaat op Ihamahu, dan word je getroffen door de overzichtelijkheid van het dorp. Parallel aan het water lopen vier straten, die door evenzoveel zijwegen worden gekruist. Een beetje als NY dus. Dit is zijweg 4, Fourth Avenue zo u wilt, richting de centraal gelegen pier. Rust is een groot goed in Ihamahu, met andere woorden: er gebeurt niet zo veel. Dus als er een vreemd bootje aanmeert, dan komt iedereen even poolshoogte nemen. Over vreemde bootjes gesproken, deze ligt bij ons in de straat. We vragen ons af wat dit voor een type is, maar met een zooitje Ihamahu krijgers er in gaat hij vast en zeker door de geluidsbarrière. Ihamahu is zo’n dorp waar je, loom hangend in je schommelstoel, dagenlang kan kijken naar je schilderende buurman terwijl je je afvraagt: ‘Hoe noem je zo’n omheining om de tuin? Een stenen hek? Maar het is ook een dorp van grootheden. We vertelden u eerder al dat Simon Tahamata zijn roots hier heeft liggen. Zegt de naam Sonny Silooy u nog iets? Ook van hier. En dit is het huis van de familie Van Bronkhorst. Juist, die van Gio. Maar aan het sfeervolle blauwe zeil te zien hebben ze liever geen voetbal bedevaartgangers aan het raam. Af en toe knettert er een brommer door het dorp en overdag vlamt er gemiddeld eens in het kwartier een angkot [red: minibus] voorbij. Twee van deze jongens achter elkaar gelden in Ihamahu als een verkeersopstopping. Zeg nou zelf, van zo’n dorp wil toch iedereen wel bupati [red: regent] worden? U kunt zich nog verkiesbaar stellen, maar haast u wel!

dinsdag 6 december 2011

Rumah RP

Vele jaren geleden zag Ed bij de schoonfamilie van zijn broer Martin al de foto's van het Molukse dorpje Ihamahu in de huiskamer aan de muur hangen. De vader van Ed's schoonzus Roos, onder familieleden bekend als Opa Pattinaja, heeft er zijn roots liggen. Met trots en weemoed werd er gesproken over de schoonheden van dit plekje op het eiland Saparua. Onder het genot van het vele lekkere eten dat Ed altijd bij de familie kreeg voorgeschoteld, droomde hij toen al weg bij de gedachte om ooit dit onbereikbare paradijs te bezoeken.
Een mens is tot meer in staat dan hij van achter zijn bordje Gado-gado kan bedenken. Samen met Shu zette Ed koers richting de geboortegrond van Opa Pattinaja en na heel wat gehobbel in vliegtuigen, boten, taxi's en bemo's reden we gisteren dan uiteindelijk het dorp Ihamahu binnen. Er volgen nog vele foto's van Ihamahu, maar vooraleer eerst iets over onze verblijfplaats: Rumah RP. Via het internet hadden we deze homestay, de enige accomodatie voor toeristen in het dorpje, een tijdje geleden al gevonden. Na wat rondvragen vonden we het huisje aan de zee - het naambord moet nog aan de voorpui worden opgehangen.
We begrepen van Mary, de beheerster en gastvrouw, dat het huisje is gebouwd door een Nederlands-Molukse dame genaamd Marga. Na wat communiceren met handen en voeten met Mary bleek Marga - waarschijnlijk - een dochter van een Pattinaja te zijn. Dat gaf ons een nog warmer gevoel dan we al hadden gekregen van de aanblik van de witte versierde kerstboom in de huiskamer.
Het eenvoudige, maar fijne huis staat direct aan het water en is met een overvloed aan luie stoelen ingericht op het ultieme ontspannen.
Hier sliepen we de afgelopen nacht en ook de komende nachten bevinden wij ons onder de hoognodige klamboe.
Mary verzorgt driemaal daags het eten, alsmede een snack in de middag. Ed neemt tijdens het ontbijt nog even het reisschema voor de komende maanden door, maar vooralsnog is het hier goed toeven.
Deze twee dames - Eva en Gian - zijn, voor zover we het hebben begrepen, de twee wonderschone kleindochters van Mary. Ze begeleidden ons gisteren met heel veel enthousiast gegiechel en gebabbel op onze eerste wandeltocht door het dorp.
Ed inspecteerde de te besnorkelen koraalformaties in het turkooise water aan het eind van de pier. Door het aanstormende weer - zie de bui in de verte - is het er gisteren nog niet van gekomen, maar weldra begeven we ons weer goed gemutst te water.

zondag 4 december 2011

Lunterse boer

We kwamen aan op de luchthaven van Ambon stad en namen een taxi. De chauffeur had een Ajax vlaggetje aan zijn binnenspiegel hangen en bleek een familielid te zijn van Simon Tahamata. Kent u die naam nog? Even speciaal voor Rene N. een herinnering. Het werd nóg leuker toen we er achter kwamen dat hij een ver familielid van de Pattinaja's - de schoonfamilie van Ed's broer Martin - bleek te zijn. Taxichauffeur Berti komt net als de familie van Roos - de vriendin van Martin - uit het dorp Ihamahu, op het eiland Saparua.
We werden, samen met een Frans stel waarmee we de taxikosten deelden, gedropt in het dorpje Natsepa bij een guesthouse met een onuitspreekbare Indonesische naam: 'Loenterse Bo-er?'.
Maar het bleek gewoon een verwijzing naar de gemiddelde inwoner van het prachtige Gelderse dorp Lunteren, waar de familie van de eigenaar (heeft) (ge)woon(d/t). Dit zijn Ed en Willem (gelieve geen grappen te maken over een mogelijke gelijkenis met de notoire bever-broers van de Fabeltjeskrant) voor het handgeschilderde reclamebord van de toko.
Willem is een Malukku uit Rotterdam die zijn Hollandse leven heeft ingeruild om de droom van zijn vader - een guesthouse aan het strand van Natsepa - voort te zetten. Sinds twee maanden is de vrolijke, voormalige medewerker van dierentuin Blijdorp, fulltime beheerder en uitbater van de familiebusiness. Wat ons betreft wordt het een groot succes.

Onze naam is genoemd

Wie zegt dat je simpele leven als duikinstructeur geen eeuwige roem kan opleveren heeft het volledig mis. We maakten eerder al furore op de cover van het Nederlandse magazine 'Duiken', in de wijd verbreidde kwaliteitskrant 'Alphen.CC' en nu veroveren we zelfs de Chinese media.
Yep, om Prof. Dr. Ir. Akkermans maar eens creatief te citeren: 'Onze naam wordt genoemd'. Het betreft een artikel tegen haaienvinnensoep en het illustere 'Finning'; het afsnijden van de vinnen van levende haaien. We schrijven deze post op de luchthaven van Makassar, wachtend op onze vlucht naar Kota Ambon. We zagen tot ons grote verdriet in Maleisië al manta's en haaien op de vismarkt en we gaan nu maar eens kijken hoe het er in de Molukken aan toegaat.

woensdag 30 november 2011

Diving Sipadan

De tweede dag van ons verblijf bij Big John's gingen we naar Sipadan. Dé duikbestemming die al meer dan tien jaar bij Shu op haar verlanglijstje staat. Sinds februari 2007 heeft de Sabah Park Authority vastgesteld dat het duiken rondom Sipadan is gelimiteerd tot slechts 120 duikers per dag. Dit maakt het duiken bij Sipadan alleen maar nóg exclusiever en des te spannender.
Bij aankomst worden alle duikers geregistreerd en 'gecontroleerd'. Dankzij twee plotselinge afmelders konden wij op het laatste moment mee en ons onder hun naam(!) aanmelden.
Op Sipadan is behalve een sanitaire voorziening en een overdekte rustplaats geen enkel duikresort aanwezig; een echt onbewoond eiland.
Gelukkig is het onderwater niet bepaald onbewoond. Hier krioelen honderden Jackfish op de dive site Turtle Cave.
Na twintig minuten duiken tijdens onze eerste duik zagen we op 20 meter diepte deze zware jongen; een Grey Reef Shark.
Samen met nog twee broertjes en een White Tip Reef Shark gingen de vrienden een blokje om.
Deze Hawksbill Turtle wist niet hoe gauw hij weg moest duiken voor de fotograaf.
En deze Green Turtle schrok zich óók een hoedje bij het zien van de cameraman en stopte snel zijn kop onder het koraal.
Beiden zullen wel gedacht moeten hebben dat ze een gigantisch grote Hairy Frogfish met een camera zagen, zoals op deze - van Google gehaalde - afbeelding is te zien.
Deze turtle was zelfs zó van slag dat hij pardoes van het rif af gleed en zich nog ternauwernood kon ophijsen. In plaats van de arme turtle een handje te helpen, kon Shu bij het zien van de fotograaf slechts aan één ding denken: vingers in de juiste stand, als een ware Chinees.
Gelukkig kon deze oude en wijze blanke turtle de anderen gerust stellen. Hij herkende namelijk zichzelf een beetje in deze Urang Putih -'blanke mens' in het Maleis - en legde zijn collega's uit dat de fotograaf gewoon een behaard mens was.
Met als gevolg dat dit zeeschildpad zonder angst en beven geheel ontspannen voor de camera poseerde.

Diving Mabul

Op het busstation van Semporna werden we aangesproken door de goedlachse Nick. Of we al wisten via welke duikschool we de wondere onderwater wereld van de eilanden Mabul en Sipadan zouden gaan beleven. Hij tipte ons Big John en zo geschiedde. We maakten de overtocht naar Big John's homestay op Mabul en schoten rap in onze zwembroekjes om te water te gaan.
We doken op de eerste dag van ons verblijf op vier verschillende plekken op Mabul en keken onze ogen uit. De Giant Groupers die we tegenkwamen op de eerste duik deden hun naam eer aan. De twee gigantische bullebakken lagen lekker met hun dikke lijf in het zand na te puffen van een goed maal.
Deze knul zagen we beiden voor het eerst in onze duik-carrières: de Crocodile Fish. Deze kerel deed zijn naam gelukkig níet echt eer aan, want van deze bodembewoner valt weinig te vrezen.
Mabul staat bekend als Macro-heaven. De meeste duikers komen hier het kleine spul bekijken. Je struikelt onderwater over de felgekleurde slakjes, inktvisjes en krabbetjes. Dit is een Nudibranch - een soort slak. Je vindt ze op Mabul in de meest fantastische vormen, formaten en kleuren combinaties.
Dit is niet een afgehakte kop van één of ander eng beest. Dit is de kop van een levende Snake Eel. De beste kerel graaft zichzelf in en wacht tot er een prooi langskomt - of hij is gewoon het leidend voorwerp van een foute practical joke van zijn vrienden die hem tot zijn nek ingroeven; wie zal het zeggen.
Dit is géén time-laps foto van een opstijgende Eagle Ray. Het zijn er drie die een vliegshow á-la Blue Angels afgeven. Een magisch en betoverend beeld en één van Ed's all-time favorite onderwater hoogtepunten.
Nog een novum voor ons: een fikse Cuttlefish - in het Nederlands een Katvis of Sepia. Alles aan het beest beweegt, rolt, fladdert en wappert.
We sluiten Mabul af met het knapste koppie van de klas: de Frogfish. Hierboven de uiterst charmante gele versie met bruine korsten en wratten. Is hij niet om op te vreten?

Semporna

We verlieten de apen om op bezoek te gaan bij oud duikstudent en vriendin Cyril in de kustplaats Semporna. Cyril had nét haar Instructor Development Course (IDC) achter de rug en aangezien we in de buurt waren moesten we de kersverse PADI instructrice natuurlijk even wat felicitatie-knuffels komen geven. Cyril deed ooit haar Rescue Diver cursus bij ons op Koh Tao. Haar Divemaster certificaat haalde ze in Maleisië bij Borneo Unlimited Divers en daar deed ze ook haar IDC. Het weerzien duurde helaas slechts twee uur, want Cyril stond op het punt om terug te vliegen naar Beijing. Toch was het de moeite waard om haar gulle lach en glinsterende pretogen weer even te mogen aanschouwen.
Semporna is de springplank voor de duikeilanden Mabul en Sipadan. Voor de rest is er voor de toerist niet veel te beleven in deze stad. Op de agenda stond alleen nog een razend spannend bezoek aan de herenkapper. We vonden er één die volledig bemand bleek door een onuitputtelijke hoeveelheid beoefenaars van de herenliefde. Aldaar liet Ed zijn vettige dooie punten eens grondig kortwieken.

vrijdag 25 november 2011

Monyet Belanda

In Bukit Lawang op Sumatra bezochten wij al de Orang Utans, maar wist u dat er apen zijn die speciaal vernoemd zijn naar de Nederlanders? We zochten ze vandaag op in het Labuk Bay Proboscis Monkey Sanctuary op het Maleise gedeelte van het eiland Borneo.
Bij binnenkomst troffen we direct deze vriendelijke vriend aan. Het deerde hem niet dat er een blijde Chinees met hem op de foto wilde, zolang hij maar van de kousenband kon blijven eten. Maar deze anarchistisch punk-aap met hanenkam was niet waarvoor we kwamen.
De aap van onze interesse zit hier vanaf een perfect uitkijkpunt zijn twintig vrouwtjes en veertig jongen in de gaten te houden; de notoire Nasalis Lavartus - oftewel de neusaap.
De neusaap dames van één van de groepen in de sanctuary genieten met hun kids van een uitgebreid lunchbuffet van komkommer en dikke pannenkoek.
Maar wat is er zo bijzonder aan deze neusapen? Uiteraard: hun grote neuzen. Maar kijk ook eens naar die bolle buik. Ze hebben, net als koeien, meerdere magen om al het moeilijk te verteren groenvoer dat ze eten, te verwerken.
De Maleisische bijnaam van de neusaap is Monyet Belanda ofwel 'Nederlandse aap' of zelfs Orang Belanda, dat 'Nederlander' betekent. In de koloniale tijd zagen de Indo's de treffende gelijkenis tussen de apen en de Nederlanders: hele grote neuzen en enorm dikke buiken.
Waar staan deze toeristen nou precies foto's van te maken?
Van dichtbij gezien moge het wel duidelijk zijn - de kenmerkende erecte penissen (stijve piemels) van twee opgewonden jongens uit de vrijgezellen groep. Overigens groeit ook de neus van het mannetje wanneer hij opgewonden is.
Deze knul zit wat netter opgesteld voor de camera. Van opzij zie je goed wat een grote hangneus hij heeft. Je ziet ook goed dat de vacht op de rug en borst van de mannetjes op een jasje lijkt. Het is door zijn tekening net of hij zijn jungle-bodywarmer aan heeft.
Maar pas op je woorden. Lach hem niet uit, want binnen een paar fikse sprongen zit hij is je nek. 'Had je wat, ouwe?'
Nog één keer de neusaap van dichtbij en in alle detail. Hij heeft een prachtige jaren '60 kuif en hij mag wel oppassen met die Amish-baard van hem.
Zeg nou eerlijk, die Indo's hadden wel een neusje voor een juiste vernoeming van de Monyet Belanda.

woensdag 23 november 2011

Kota Kinabalu

Na ons 59-daags bezoek aan de Filipijnen, hebben we afgelopen zondag Manila ingeruild voor Kota Kinabalu in Maleisië. We hebben genoten van ons fijne leven op het eiland Panglao en nu werd het weer tijd om verder te reizen.
Gehuld in onze meest kuise kleding - korte broeken en blote schouders zijn niet toegestaan in het Indonesisch consulaat - kregen we gisteren een visum voor 60 dagen.
Uit dit bord blijkt dat er méér dingen niet zijn toegestaan. Volgens de tekening word je vanaf minder dan 1 meter in je rug geschoten als je over het hek klimt en dit appartementen complex betreedt.
Al sinds onze aankomst is het weer in Kota Kinabalu erg benauwd en bedrukkend. Vandaag kwam dan eindelijk de verfrissing: een enorme wolkbreuk met als gevolg tergende tropische regen en onheilspellende onweer.
Het dak van de loopbrug over de vierbaansweg kon de regen niet eens aan. Het water stroomde als een watergordijn door het dak naar beneden.
Wij waren duidelijk niet voorbereid op deze natte verrassing.
Maar dat was gelijk een mooi excuus om de rest van de dag de deur niet meer uit te gaan. Wat is er nog heerlijker dan DVD films te kijken op bed met limonade en crackers? Met opgetrokken en gesperde tenen van spanning hebben we ons verlekkerd aan de verslavingwekkende tv-serie over vampieren: 'True Blood'.