vrijdag 16 december 2011

Bevend naar Banda

Na Nusa Laut zetten we onze zinnen op de Banda Eilanden. Tot ons verdriet lazen we echter nieuwsberichten over de vliegverbinding tussen Ambon en de Banda Eilanden die gestaakt zou zijn. Dat zou betekenen dat we afhankelijk zijn van langzame veerboten die zeer zelden de eilanden aandoen. Gelukkig bleken de berichten achterhaald en was Nusantara Buana Air (NBA) bereid om ons voor een prikkie een slinger te geven.Hier loopt Ed – nee, niet die persoon met die Mickey rugzak, maar die kerel verderop met de zwarte tas – richting ons vervoermiddel van keuze: de NBA propeller aangedreven vliegmachine.Niks geen slurf of vliegtuigtrap, je klimt er gewoon in via een uithangtrapje. De letters ‘PK’ op de vleugels staan overigens voor Prima Kist. Desondanks waren we geenszins onbevreesd over de afloop van dit avontuur.Er is plaats voor tweeëntwintig passagiers, twee piloten en een derde bemanningslid. De functie van deze laatstgenoemde is ons totaal ontgaan. Voor vertrek stak hij zijn duimen op richting één van de piloten, om vervolgens te gaan zitten en zich tot na de landing niet meer te verroeren.Na 9/11 zijn de deuren van cockpits hermetisch gesloten. Het is daarom leuk om weer eens mee te kunnen gluren over de schouders van de piloten. Het is des te leuker als het allemaal nogal Spartaans aandoet: dit is écht vliegen.Een blik naar buiten; met excuses voor de vieze raampjes. Note ter uwer geruststelling: de propeller stond niet stil en de vlucht verliep vlekkeloos.

Ameth

In 2008 reisden we samen naar Bali. Eén van onze favoriete plekken aldaar is de plaats Amed. Het is er heerlijk relaxed en het strooit ruimhartig met oneindigende vergezichten over een azuur blauwe zee. Just the way we like it. Het Molukse eiland Nusa Laut heeft ook een Amed, zei het iets anders gespeld: Ameth.
Het is er net zo relaxed, en hier zijn vergezichten minstens zo indrukwekkend.De 1400 bewoners van het 27 vierkante kilometer grote eiland leven voornamelijk van de kleinschalige visserij en van het telen van de ubi, een zoete aardappel.De hele bevolking van Nusa Laut is Christelijk. Ze zijn er trots op dat er zich geen Islamiet onder hen bevindt en dat ze een zeer bijzondere oude acht-hoekige kerk hebben.Waar Christenen zijn, daar wordt kerstmis gevierd. Bij gebrek aan blauwsparren is dit hun alternatief voor een kerstboom.De enige accommodatie op het eiland is de homestay van Papa John en Mama Lili. Hun huis staat aan het plaatselijke voetbalveld, vlakbij het kerkhof waar nog heel wat oude Nederlandstalige grafstenen te vinden zijn.Het is voorlopig nog lang geen tijd om te gaan, maar we kunnen ons slechtere plekken bedenken om voor de eeuwigheid te rusten: je hebt een golfplaten dak boven je hoofd, er groeit een palmboom op je buik en je hebt voor altijd en eeuwig het uitzicht op zee.

Shu's verjaardag

Aangekomen op het eiland Nusa Laut, verbleven we in de homestay van Papa John en Mama Lili in het dorpje Ameth. Een heerlijke plek om Shu’s verjaardag op lokale wijze te vieren.
Papa John en Mama Lili waren extra druk in de weer om het Shu op haar verjaardag naar haar zin te maken. Speciaal voor deze gelegenheid werd er tijdens de lunch colo-colo geserveerd.En op verzoek van de jarige zelf: versgebakken krupuk udang.En wat heeft een jarige nog meer te wensen als ze al op een prachtig snorkel-eiland zit? Een lekker ijskoud blikje prik-limonade. Zo heerlijk eenvoudig en overzichtelijk kan het leven zijn.

Naar Nusa Laut

Na een kleine week de geboortegrond van de familie Pattinaja te hebben verkend, werd het tijd voor onze eiland-hoppers het volgende avontuur aan te gaan. Aangezien er vanuit Saparua alleen op marktdagen een boot naar het eiland Nusa Laut vertrekt, begaven we ons zaterdag met volle bepakking naar de markt van Kota Saparua.
Ed keek er helemaal naar uit om de overtocht te aanvaarden.Totdat wij begrepen van een kruier dat we naar de boot moesten lopen. Daarop vroeg Ed in zijn beste Bahasa Indonesia: ‘Hoe bedoel je, over deze modderbende hier – di sini?’Ja, eerst door het afval, dan de modderpoel en het laatste stukje tot aan de pijpen van je goede zondagse korte broek door het water.Midden op deze foto is een bootje te zien. Daar lag onze boot naast. Toen we met stinkende schoenen vol bagger aankwamen bij de boot, bleek dat de schipper van plan was om nog een uurtje te wachten voor vertrek. Er moesten nog goederen geladen worden vóór de afvaart.Even dachten we een meevallertje te krijgen, toen de schipper na een kwartiertje het anker tóch al ophaalde. Maar tot onze verbazing roeide de man het bootje terug richting de kade. Het water steeg en met het terugvaren van de boot, zou het de dragers een stuk ploeteren door het water schelen.En ja hoor, na een half uurtje, waren we weer terug bij ‘af’. We hadden aan onze ploetertocht kunnen ontkomen als we – net als iedereen – nog een uurtje rustig op de kade hadden gewacht.Uitgerust met drie motoren van 40 PK, die elk gemiddeld vijf minuten ‘geruk’ nodig hadden om te starten, verlieten we Saparua. Wij waren inmiddels licht ontvlambaar – niet alleen figuurlijk door de situatie, maar vooral letterlijk omdat we doordrenkt waren van de benzinedampen.

vrijdag 9 december 2011

Ome Abe

Vanuit Nederland kregen we te horen dat een neef van Opa Pattinaja, oom Abe, nog in Ihamahu woont. We moesten hem natuurlijk opspeuren en de hand schudden.We vonden oom Abe en maakten met handen en voeten duidelijk wie we zijn. Zijn schuchtere blik op de foto doet anders vermoeden, maar hij was wel degelijk verheugd met ons bezoek.Oom Abe’s huis, rechts in beeld, staat aan de doorgaande weg, tegenover de kerk.We gaven hem wat uitgeprinte foto’s van de Pattinaja’s en hij vergezelde ons naar Rumah RP – feitelijk aan het einde van de straat. Daar dronk hij met ons een verse kop teh manis.

Ihamahu kids

Uiteraard kunnen we Ihamahu niet verlaten voordat we u een fotoreportage over de toekomst van dit dorp hebben getoond. Hiervoor zijn we naar twee van de drie scholen van Ihamahu gegaan. Bij het zien van de fotograaf, kropen de kinderen in eerste instantie achter het hek: je kan maar beter je waterijsje veilig stellen voor zo’n grote blanke man. Ze roofden voorheen wel meer dan alleen je ijsje. Deze meisjes verscholen zich in eerste instantie, bij het zien van een rare Chinees, even achter de grotere kinderen.Maar al snel was het ijs gebroken toen bleek dat de fotografe een klein beetje Indonesisch sprak.Deze jongen schroomde zich totaal niet voor de camera. Hij was zich wel degelijk bewust van zijn pose. Wellicht is hij het aanstormend talent van Ihamahu.Op het sportveld van de middelbare school SMP troffen we deze uitgelaten tieners.We konden meegenieten van het spel dat een combinatie is van slagbal en trefbal. We verbaasden ons erover hoe de scheidsrechter de teams uit elkaar kan houden. In onze ogen heeft iedereen dezelfde chocolade tint huid, zwart haar en hetzelfde shirt aan. Wij kregen vroeger op school tenminste nog een lintje om ons te onderscheiden van de verliezende tegenpartij.Op de lagere school werd gisteren het gazon gemaaid. Alle kinderen werden geacht mee te helpen het gras in zakken op te ruimen (lees: naar het strand te brengen en bij het andere afval te gooien). Deze jongetjes hadden de grootste schik met dit karweitje.Dit vrolijke schatje heeft de meest aanstekelijke lach van Ihamahu. Eéntje om nooit meer te vergeten.En we sluiten af met deze schoonheid, een familielid van - hij kan niet vaak genoeg worden genoemd - Simon Tahamata.

Geschiedenisles

Kapitang Thomas Matulessy leidde in 1817 een opstand tegen de Nederlanders. Hij vermoordde alle verdedigers van Fort Duurstede op Saparua, maar spaarde één zes jarig Nederlands jongetje het leven. Dit fijne staaltje toonaangevende menslievendheid leverde hem de bijnaam Pattimura (red: big hearted) op. Zijn anti-koloniale rebellie heeft hem onsterfelijk gemaakt en vandaag de dag vindt men zijn standbeelden overal in de Molukken. En dus ook in Ihamahu; daar in het hoge groene gras. De beeltenis van de leider staat trouwens ook op het bankbiljet van 1000 Indonesische Rupiah en nog steeds maakt hij korte metten met alles wat hem Hollands voordoet. In Ihamahu staat het standbeeld van Pattimura op het terrein van de Rumah-adat, of Baileo. Dit is een openbare ontmoetingsplaats voor alle dorpsbewoners, waar van alles wordt georganiseerd en besproken.Op hetzelfde terrein staat ook dit treurige standbeeld van Kapitang Lucas (Luke) Arong Lisapaly. Deze zoon van Ihamahu en strijder tegen de Belanda's leidde de gevechten indertijd - op slippers - waarschijnlijk met een geweer dat er heel anders uitzag.

In en om de rumah

Al eerder gunden we u een blik op onze verblijfplaats in Ihamahu. We nemen u graag nog eens mee om wat meer sfeer te proeven van onze homestay Rumah RP. Zo ziet de bungalow er vanaf de zeekant uit. Geen auto’s voor de deur – überhaubt haast niet in heel Ihamahu – alleen veel hondenpoep en zo nu en dan een verdwaalde brommer. Iedere ochtend worden we vanaf 05:30 uur zachtjes wakker gemaakt door de fijne huiselijke geluiden die gastvrouw Mary vanuit de keuken maakt. Naast de vele honden voor de deur, het gekraai van hanen iedere ochtend en de gospel kerstliederen bij de buren, worden we iedere dag bezig gehouden door deze rode ‘man des huizes’. Onze drukke dagen hier vullen we met eten, slapen, eten, zitten, eten en nog eens zitten. Door de rust en stilte om ons heen, worden we bijna doof van het stroompje water dat uit de kraan komt. Vanuit onze stoelen op de veranda hebben we helaas maar weinig gevarieerd beeld. Voordat de electriciteit voor de vierde keer per dag uitvalt, nog snel even een foto van het huis vanaf de waterkant.

Belanda op Saparua

Als je op het eiland Saparua, waar haast geen toerist te bekennen is, denkt ver weg te zijn van het Nederlandsche, dan heb je het mooi mis. Bijna elke inwoner die je hier spreekt, heeft wel familie in Nederland wonen en spreekt zelf ook een paar woorden Nederlands. De warmte en herkenning is dan ook wederzijds en we worden overal hartelijk begroet en aangesproken. Hét exportproduct van Nederland: voetbal. Ook hier hebben de Hollandse leeuwen aanhangers, wat moge blijke uit de overduidelijke aanwezigheid van de KNVB in Kota Saparua. Voor ons, liefhebbers van lekker eten (lees: veelvraten), is één ding erg belangrijk op onze trip, namelijk lekker eten. Daarmee verschillen we niet veel van de gemiddelde Molukker. Onze gastvrouw kookt met liefde en schotelt ons dagelijks de mooiste gerechten voor: tjolo-tjolo, ikan teri, pisang goreng, terong saus, atjar.